Het bureau van Pro Bruxsel is bijeengekomen om de verschillende regeerprogramma's die een weerslag op Brussel hebben, onder de loepe te nemen.
Pro Bruxsel stelt allereerst vast dat de voorgestelde regeerprogramma's de voogdij van de Vlaamse en Franse Gemeenschap op Brussel bestendigen en versterken.
Enerzijds - en dit hoeft niet te verbazen - wil de Vlaamse regering een bijkomende financiële steun garanderen voor de 'Vlaamse' bevolking die woont in 'haar' hoofdstad en dit in die domeinen die gewestmateries inhouden, en waarop ze bijgevolg gezag heeft: bijkomende kinderbijslag, steun inzake ziekenzorg, steun aan Vlaamse ambtenaren die in Brussel komen wonen.... De kommentaar daarbij is glashelder: om van dit manna te kunnen genieten zullen Brusselaars alsmaar meer (taal)kleur moeten bekennen.
Anderzijds bekrazchtigd de Franstalige Olijfboom in het regeerakkoord van de Franse Gemeenschap de as « Wallonie-Bruxelles », voorgesteld door de politici binnen de Werkgroep « Wallonie - Bruxelles », waarvan de conclusies, het weze gezegd, opgesteld werden zonder de deelname noch het akkoord van de vertegenwoordigers van de burgermaatschappij. Een bizarre « Federatie » die in Brussel de 'Franstaligen' voorstellen om het solidariteitsprinciepe met de andere Brusselaars te laten varen! Een niet echt democratische 'Federatie', aangezien ze een assymetrisch parlement (75 Walen en 19 Brusselaars) onder haar gezag heeft en waarin de Brusselse volksvertegenwoordigers niet rechtstreeks werden verkozen. Een 'Federatie' waarvan de regering bestaat uit vier ministers van de Waalse regering en één uit de Brusselse regering. Een 'Federatie' die verworpen werd door een ruime meerderheid van Brusselaars en Walen wanneer zij daarover werden ondervraagd, maar waarvan het princiepe nooit ter stemming werd voorgelegd.
Gevolg hiervan is dat cruciale bevoegdheden voor Brussel (onderwijs, jeugd, sport, cultuur, preventie, onthaal van nieuwkomers) onderworpen zullen zijn aan twee politieke Gemeenschappen die elk hun intra-gewestelijke greep zullen willen versterken ten koste van een echte samenhang tussen alle Brusselaars.
Voor de Brusselaars zelf zullen de gevolgen ernstig zijn. Laten we als voorbeeld het onderwijs nemen, dat toch wel HET pijnpunt bij uitstek is met het oog op de toekomst van Brussel, wetende dat in bepaalde buurten tot 50% jongeren uit de boot vallen. Pro Bruxsel stelt dat enkel een aangepast, samenhangend en ambitieus project, dat alle actoren rond de tafel brengt, zowel van het Franstalig als van het Vlaams en het Europees onderwijs en dat gestut wordt door ware politieke wil, dergelijke ernstige situatie snel en blijvend kan verhelpen. De prioriteiten van de Franstalige Olijfboom en van de Vlaamsnationalisten inzake intra-communautaire aanpak maakt dergelijke werkwijze echter onmogenlijk.
De Brusselse bevolking had terecht kunnen verwachten dat haar gewestregering op zijn minst zou optreden en haar verantwoordelijkheden zou nemen, met duidelijke verbintenissen voor welbepaalde doelstellingen vanwege de twee Gemeenschappen. Op enkele zinsnedes na uit de Brusselse regeerverklaring, waarin gesteld wordt dat de regering 'aan de Gemeenschappen zal vragen rekening te houden met de Brusselse specificiteiten' wast de nieuwe Brusselse regering haar handen in onschuld.
Pro Bruxsel weigert deze verderfelijke evolutie naar een confederalisme met twee taalgemeenschappen die Brussel onder bestuurlijke voogdij plaatsen. Een voogdij die de Brusselaars verhindert om aan een gemeenschappellijke, amibitieuse en solidaire toekomst te werken.
Het Brussels Gewest, haar instellingen en haar politici moeten werken aan het samenbrengen van alle Brusselaars met gemeenschappelijke doelstellingen voor ogen, in plaats van een wig te drijven tussen de Brusselaars op basis van de gesproken taal.
Meer dan ooit is het essentieel dat de Gewesten de bevoegheid hebben in materies als onderwijs en cultuur, met daarbij de nodige aandacht voor het behoud, op federaal niveau, van gemeenschappellijke normen die de mobiliteit van werknemers toelaten en synergieën in de hand werken daar waar mogelijk.
Om dat programma tot stand te laten komen verwachten wij dat èchte Brusselse politici zouden opstaan en zich deze problematiek zouden toeëigenen. Wij willen dat de Brusselse politieke partijen alle Brusselaars zouden vertegenwoordigen, wars van de taalsplitsingen, om de toekomst van Brussel als volwaardig Gewest te verzekeren, een toekomst die ambitieus en kwalitatief moet zijn met een Gewest dat een stevige partner wordt voor Vlaanderen en Wallonië.
Dat is ook de reden waarom Pro Bruxsel tot stand kwam. Op 7 juni jongstleden hebben meer dan 8.000 kiezers ons hun vertrouwen geschonken. We gaan nu alles in het werk stellen om de strijd voor Brussel en alle Brusselaars verder te zetten, om Pro Bruxsel te doen groeien en om het communautarisme en het separatisme dat de kop opsteken, te bestrijden.
Pro Bruxsel stelt allereerst vast dat de voorgestelde regeerprogramma's de voogdij van de Vlaamse en Franse Gemeenschap op Brussel bestendigen en versterken.
Enerzijds - en dit hoeft niet te verbazen - wil de Vlaamse regering een bijkomende financiële steun garanderen voor de 'Vlaamse' bevolking die woont in 'haar' hoofdstad en dit in die domeinen die gewestmateries inhouden, en waarop ze bijgevolg gezag heeft: bijkomende kinderbijslag, steun inzake ziekenzorg, steun aan Vlaamse ambtenaren die in Brussel komen wonen.... De kommentaar daarbij is glashelder: om van dit manna te kunnen genieten zullen Brusselaars alsmaar meer (taal)kleur moeten bekennen.
Anderzijds bekrazchtigd de Franstalige Olijfboom in het regeerakkoord van de Franse Gemeenschap de as « Wallonie-Bruxelles », voorgesteld door de politici binnen de Werkgroep « Wallonie - Bruxelles », waarvan de conclusies, het weze gezegd, opgesteld werden zonder de deelname noch het akkoord van de vertegenwoordigers van de burgermaatschappij. Een bizarre « Federatie » die in Brussel de 'Franstaligen' voorstellen om het solidariteitsprinciepe met de andere Brusselaars te laten varen! Een niet echt democratische 'Federatie', aangezien ze een assymetrisch parlement (75 Walen en 19 Brusselaars) onder haar gezag heeft en waarin de Brusselse volksvertegenwoordigers niet rechtstreeks werden verkozen. Een 'Federatie' waarvan de regering bestaat uit vier ministers van de Waalse regering en één uit de Brusselse regering. Een 'Federatie' die verworpen werd door een ruime meerderheid van Brusselaars en Walen wanneer zij daarover werden ondervraagd, maar waarvan het princiepe nooit ter stemming werd voorgelegd.
Gevolg hiervan is dat cruciale bevoegdheden voor Brussel (onderwijs, jeugd, sport, cultuur, preventie, onthaal van nieuwkomers) onderworpen zullen zijn aan twee politieke Gemeenschappen die elk hun intra-gewestelijke greep zullen willen versterken ten koste van een echte samenhang tussen alle Brusselaars.
Voor de Brusselaars zelf zullen de gevolgen ernstig zijn. Laten we als voorbeeld het onderwijs nemen, dat toch wel HET pijnpunt bij uitstek is met het oog op de toekomst van Brussel, wetende dat in bepaalde buurten tot 50% jongeren uit de boot vallen. Pro Bruxsel stelt dat enkel een aangepast, samenhangend en ambitieus project, dat alle actoren rond de tafel brengt, zowel van het Franstalig als van het Vlaams en het Europees onderwijs en dat gestut wordt door ware politieke wil, dergelijke ernstige situatie snel en blijvend kan verhelpen. De prioriteiten van de Franstalige Olijfboom en van de Vlaamsnationalisten inzake intra-communautaire aanpak maakt dergelijke werkwijze echter onmogenlijk.
De Brusselse bevolking had terecht kunnen verwachten dat haar gewestregering op zijn minst zou optreden en haar verantwoordelijkheden zou nemen, met duidelijke verbintenissen voor welbepaalde doelstellingen vanwege de twee Gemeenschappen. Op enkele zinsnedes na uit de Brusselse regeerverklaring, waarin gesteld wordt dat de regering 'aan de Gemeenschappen zal vragen rekening te houden met de Brusselse specificiteiten' wast de nieuwe Brusselse regering haar handen in onschuld.
Pro Bruxsel weigert deze verderfelijke evolutie naar een confederalisme met twee taalgemeenschappen die Brussel onder bestuurlijke voogdij plaatsen. Een voogdij die de Brusselaars verhindert om aan een gemeenschappellijke, amibitieuse en solidaire toekomst te werken.
Het Brussels Gewest, haar instellingen en haar politici moeten werken aan het samenbrengen van alle Brusselaars met gemeenschappelijke doelstellingen voor ogen, in plaats van een wig te drijven tussen de Brusselaars op basis van de gesproken taal.
Meer dan ooit is het essentieel dat de Gewesten de bevoegheid hebben in materies als onderwijs en cultuur, met daarbij de nodige aandacht voor het behoud, op federaal niveau, van gemeenschappellijke normen die de mobiliteit van werknemers toelaten en synergieën in de hand werken daar waar mogelijk.
Om dat programma tot stand te laten komen verwachten wij dat èchte Brusselse politici zouden opstaan en zich deze problematiek zouden toeëigenen. Wij willen dat de Brusselse politieke partijen alle Brusselaars zouden vertegenwoordigen, wars van de taalsplitsingen, om de toekomst van Brussel als volwaardig Gewest te verzekeren, een toekomst die ambitieus en kwalitatief moet zijn met een Gewest dat een stevige partner wordt voor Vlaanderen en Wallonië.
Dat is ook de reden waarom Pro Bruxsel tot stand kwam. Op 7 juni jongstleden hebben meer dan 8.000 kiezers ons hun vertrouwen geschonken. We gaan nu alles in het werk stellen om de strijd voor Brussel en alle Brusselaars verder te zetten, om Pro Bruxsel te doen groeien en om het communautarisme en het separatisme dat de kop opsteken, te bestrijden.