De samenstelling van de nieuwe regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn inmiddels zo goed als bekend.
Geen grote ommezwaai zoals in Vlaanderen, maar toch kunnen er enkele bemerkingen bij gemaakt worden.
Bij de grote Vlaamse democratische partijen in Brussel zijn geen van de drie lijsttrekkers aanwezig op het appel. Ieder heeft wel een goede reden - zeker minister Smet - maar toch...
Het is ook merkwaardig te moeten vaststellen dat de grote partijen de mond vol hadden over een sterk Brussels stads- en gewestelijk project, met een nieuwe financieringsvorm, meer aandacht voor onderwijs en meertaligheid, maar dat die mooie woorden vandaag tot weinig konkreets blijken te leiden.
Naast het feit dat de 'Vlaamse club' in Brussel gauwgauw het op een akkoord gooide zonder ook maar enig oog voor wat er langs Franstalig-Brusselse kant gebeurde, kon men iets later eveneens vaststellen dat het 'Franstalig Brussels kransje' evenmin aandacht besteedde voor wat er plaatsvond aan de 'overkant', waarbij we uiteindelijk eindigen met een ploeg die bestaat uit alle kleuren van de regenboog en die water en vuur moet verzoenen.
Daarnaast kan gewezen worden op de centrifugale krachten die we aantreffen zowel in het Noorden, waar de nieuwe ploeg Peeters II een eigen strategie en doelstellingen heeft die minder aandacht hebben voor de solidariteit en tevens een claim leggen op Brussel, als in het Zuiden, met een Olijfboom in Wallonië die duidelijk de as Wallonië-Brussel wil versterken (zonder enige aandacht voor de eigenheid van de Brusselaars, die helemaal niet gediend zijn met die strategie), om zodoende met een sterker ('Franstalig') blok naar de institutionele onderhandelingen te kunnen trekken.
In het Brussels Gewest konden tenslotte drie grote vaststellingen gemaakt worden (naast de misstap van de MR):
1) de meeste Brusselaars, zowel Nederlandstalig als Franstalig, zijn het communautair gebakkelei kotsbeu, ze kampen met andere problemen;
2) onderwijs is en topprioriteit geworden en de gemeenschapsgebonden traditionele partijen bieden daartoe geen soelaas;
3) de extreemrechtste partijen kunnen het voor bekeken houden.
Jammer dat de aantredende ploeg geen oor had voor de waardevolle initiatieven die door de Staten-Generaal van Brussel - een weldoordacht burgerinitiatief zoals er te weinig zijn - en blijkbaar totaal de tegenovergestelde gemeenschapsgetinte richting opgaat.
Jammer ook dat er geen aandacht werd besteed aan de verzuchtingen van de meer dan 8.000 Brusselaars die stemden voor de tweetalige stadspartij Pro Bruxsel.
Geen grote ommezwaai zoals in Vlaanderen, maar toch kunnen er enkele bemerkingen bij gemaakt worden.
Bij de grote Vlaamse democratische partijen in Brussel zijn geen van de drie lijsttrekkers aanwezig op het appel. Ieder heeft wel een goede reden - zeker minister Smet - maar toch...
Het is ook merkwaardig te moeten vaststellen dat de grote partijen de mond vol hadden over een sterk Brussels stads- en gewestelijk project, met een nieuwe financieringsvorm, meer aandacht voor onderwijs en meertaligheid, maar dat die mooie woorden vandaag tot weinig konkreets blijken te leiden.
Naast het feit dat de 'Vlaamse club' in Brussel gauwgauw het op een akkoord gooide zonder ook maar enig oog voor wat er langs Franstalig-Brusselse kant gebeurde, kon men iets later eveneens vaststellen dat het 'Franstalig Brussels kransje' evenmin aandacht besteedde voor wat er plaatsvond aan de 'overkant', waarbij we uiteindelijk eindigen met een ploeg die bestaat uit alle kleuren van de regenboog en die water en vuur moet verzoenen.
Daarnaast kan gewezen worden op de centrifugale krachten die we aantreffen zowel in het Noorden, waar de nieuwe ploeg Peeters II een eigen strategie en doelstellingen heeft die minder aandacht hebben voor de solidariteit en tevens een claim leggen op Brussel, als in het Zuiden, met een Olijfboom in Wallonië die duidelijk de as Wallonië-Brussel wil versterken (zonder enige aandacht voor de eigenheid van de Brusselaars, die helemaal niet gediend zijn met die strategie), om zodoende met een sterker ('Franstalig') blok naar de institutionele onderhandelingen te kunnen trekken.
In het Brussels Gewest konden tenslotte drie grote vaststellingen gemaakt worden (naast de misstap van de MR):
1) de meeste Brusselaars, zowel Nederlandstalig als Franstalig, zijn het communautair gebakkelei kotsbeu, ze kampen met andere problemen;
2) onderwijs is en topprioriteit geworden en de gemeenschapsgebonden traditionele partijen bieden daartoe geen soelaas;
3) de extreemrechtste partijen kunnen het voor bekeken houden.
Jammer dat de aantredende ploeg geen oor had voor de waardevolle initiatieven die door de Staten-Generaal van Brussel - een weldoordacht burgerinitiatief zoals er te weinig zijn - en blijkbaar totaal de tegenovergestelde gemeenschapsgetinte richting opgaat.
Jammer ook dat er geen aandacht werd besteed aan de verzuchtingen van de meer dan 8.000 Brusselaars die stemden voor de tweetalige stadspartij Pro Bruxsel.