A fspreken doen we in de Sint-Gorikshallen, waar anderhalf jaar geleden Pro Bruxsel werd opgericht. Intussen heeft die beweging de steun heeft gekregen van zangeres Dani Klein van Vaya con Dios. Het is voorlopig de enige grote naam waarop Pro Bruxsel kan bogen, maar dat doet niets af aan het jeugdige enthousiasme waarmee de partij naar de kiezer trekt. In verspreide slagorde dan wel: er komt een lijst aan Nederlandstalige kant en een lijst aan Franstalige kant. Zo wil de wetgever het.
Het is meteen een van de Brusselse ongerijmdheden die Pro Bruxsel aan de kaak wil stellen. "Maar we hebben veel meer te bieden," zegt Vanhecke. "We zijn een divers team met specialisten in onderwijs, toerisme, mobiliteit, leefmilieu, die allemaal met dezelfde visie naar deze stad kijken. Een miniregering, als het ware."
Waarom is uw partij nodig?
Thierry Vanhecke: "De traditionele partijen vertrekken niet vanuit een Brusselse identiteit. Ze worden geleid vanuit de landelijke hoofdkwartieren en kijken door een Franstalige of Vlaamse bril. We weten ondertussen dat er een Brusselse identiteit de kop opsteekt, in meningen die door geen enkele partij vertolkt worden. De Vlaamse Brusselaars bijvoorbeeld raken helemaal ontvoogd, ze weten dat ze baat hebben bij hulp uit Vlaanderen, maar ze willen kunnen opkomen voor hun eigenheid als Brusselse Vlaming. En dan zijn er de Franstaligen, die vinden dat er meer moet gebeuren dan het op de voorgrond brengen van het Frans."
"Men noemt ons weleens de Brusselse N-VA, maar dat zijn we niet. We zijn geen zweeppartij. We willen de aspiraties van de meeste Brusselaars vertegenwoordigen. We willen zeggen: zoals het nu gaat, werkt het niet langer."
Misschien is Pro Bruxsel geen zweeppartij, maar dan wel een one-issuepartij, zonder achterliggende ideologie?
Vanhecke: "Dat kun je zo stellen. Brussel op de kaart zetten, op voet van gelijkheid brengen met de twee andere gewesten, en met een correcte financiering, daar staan we voor. We zijn geen sociaal-democratische, christendemocratische of liberale partij. Als je er toch iets op wilt kleven, dan zou ik het een conviviale partij noemen zoals Ivan Illich (radicale cultuurfilosoof, SVG/DV) dat in de jaren 1960 formuleerde."
U hebt een hekel aan nationalisme, maar propageert u zelf geen Brussels nationalisme?
Vanhecke: "Neen. We willen geen onafhankelijk Brussel. We appelleren aan een Brussels gevoel. We hebben zelfs Nederlandstalige leden die niet in Brussel wonen, maar zich wel Brussels voelen. Die realiteit willen we tot uiting brengen. We tellen ook al heel wat Nederlanders onder onze leden. Het valt op hoe zij op een totaal complexloze manier over de stad nadenken."
Is een interne reorganisatie van Brussel nodig?
Vanhecke: "Het Gewest oefent de voogdij uit over de negentien gemeenten, maar de gemeenten kunnen zonder probleem het beleid van het Gewest counteren. Omgekeerd kan de Brusselse regering een aantal gemeenten die haar politiek goedgezind zijn, bevoordelen. Gewest en gemeenten zouden dezelfde belangen moeten dienen. Ik ben geen voorstander van de afschaffing van de negentien – Antwerpen heeft bewezen dat dit geen goed idee is –, maar we zouden bijvoorbeeld naar een nieuwe stadsindeling kunnen gaan, met een centrumstad en vier of vijf andere delen."
Een nadeel aan een Brusselse gemeenschap, waar u voor staat, is dat de Nederlandstaligen helemaal in de minderheid raken.
Vanhecke: "Dat debat zijn we voorbij. De tweetaligheid is een must, en als we dan toch een Europese hoofdstad zijn, waarom dan ook niet Engels erbij als administratieve taal?"
Philippe Van Parijs (UCL, Harvard) zegt: taalminderheden verdwijnen, tenzij ze op hun strepen staan.
Vanhecke: "Dat gevaar bestaat, maar Van Parijs denkt na als filosoof en heeft visies op termijnen van dertig, veertig jaar. Dat is heel interessant, maar wat ons bekommert, is de leefbaarheid van de stad voor alle gemeenschappen, hier en nu. En dan volstaat het niet om een flamand de service aan te stellen. Maar je moet nu ook weer niet alles lam leggen omdat er geen tweetalig personeel gevonden wordt."
"Er bestaat wel een ander gevaar bij een staatshervorming waarbij de gewesten meer gewicht krijgen. Vlaanderen, dat een grote meerderheid heeft in dit land, komt dan tegenover twee gewesten te staan die overwegend Franstalig zijn. Als die twee één lijn trekken, dan veroorzaakt dat een democratisch tekort, omdat een minderheid dan de meerderheid dicteert. We willen uit die logica stappen. Het Brussels Gewest is niet Vlaams, niet Waals, maar Brussels. Met openheid naar de andere gemeenschappen en in evenwaardigheid en respect voor de Duitse gemeenschap willen we komen tot een model waarbij we niet telkens in een gevecht van man tot man verzeild geraken. Want die permanente spanning maakt het onmogelijk om de echte problemen aan te pakken."
"Pro Bruxsel mag wat mij betreft na verloop van tijd verdwijnen. Als de Brusselaar een volwaardig gewest heeft, dan hoeft Pro Bruxsel misschien niet meer."
Kunt u niet terecht bij de klassieke Vlaamse partijen? De geschiedenis heeft bewezen dat nieuwe partijen vaak geen lang leven beschoren zijn.
Vanhecke: "Ik heb de beste contacten met mensen van SP.A, Groen! en Open VLD. Ik vind overigens dat Agalev indertijd een historische kans gemist heeft om in Brussel samen met Ecolo een partij te vormen. Maar we komen met een eigen partij op, precies omdat de klassieke partijen met handen en voeten gebonden zijn aan de Vlaamse of Franstalige partijstructuren."
Wie is Thierry Vanhecke?
De tweetalige Thierry Vanhecke is een Antwerpenaar die in Brussel bleef wonen na zijn studie sociologie aan de VUB. Hij woont hier intussen meer dan dertig jaar en noemt zich "meer Brusselaar dan Antwerpenaar". Hij werkte als hoofdredacteur van het architectuurtijdschrift A+, was opdrachthouder voor de Vlaamse regering in stads- en dorpsontwikkeling en werkte ook als consultant op het kabinet van toenmalig minister Jos Chabert (CD&V). Vandaag is hij in het Brussels parlement hoofdredacteur bij de dienst Verslaggeving.