17/07/2009

L’Olivier francophone consacre le fédéralisme à deux, au détriment des Bruxellois

Pro Bruxsel a réuni ce vendredi 17 juillet son bureau pour analyser les divers programmes gouvernementaux qui concernent les Bruxellois.

Pro Bruxsel constate que les programmes proposés accentuent la mise de Bruxelles et des Bruxellois sous la tutelle des Communautés flamande et francophone.

D’une part, et sans surprise, le gouvernement flamand compte accentuer ses aides financières complémentaires à la population ‘flamande’ de ‘sa’ capitale dans les nombreux domaines qui ont été communautarisés, et où il a donc autorité à Bruxelles. Allocation familiales complémentaires, aides dans le domaine de la santé, aides pour le logement des fonctionnaires flamands à Bruxelles, etc. Les commentaires sont clairs : pour bénéficier de cette manne, les Bruxellois se verront obligés de choisir de plus en plus clairement leur camp.

En écho, l’Olivier francophone consacre dans l’accord de gouvernement de la Communauté française la « Fédération Wallonie-Bruxelles » proposée par les membres politiques du Groupe Wallonie Bruxelles – dans des conclusions, on le rappellera, rédigées sans la participation et sans l’accord des représentants de la « société civile » au sein de ce groupe. Drôle de « fédération » qui veut à Bruxelles désolidariser les ‘francophones’ des autres Bruxellois. « Fédération » anti-démocratique, puisque contrôlée par un parlement asymétrique (75 Wallons et 19 Bruxellois) et dans lequel les députés Bruxellois n’ont pas été élus directement à ce poste. « Fédération » dont le gouvernement compte 4 ministres du gouvernement wallon pour un seul du gouvernement bruxellois. « Fédération » rejetée dans son concept par une majorité de Bruxellois et de Wallons lorsqu’on les interroge sur la question, mais dont la proposition n’a jamais été soumise à leur vote.

Dès lors, des compétences cruciales pour Bruxelles (enseignement, jeunesse, sports, culture, prévention, accueil des primo-arrivants) seront soumises à deux communautés politiques qui comptent bien renforcer l’une et l’autre leur emprise intra-communautaire au détriment d’une réelle cohésion entre tous les Bruxellois.

Pour les Bruxellois, les conséquences seront graves. Prenons le cas de l’enseignement, assurément LE problème le plus crucial pour l’avenir de Bruxelles, puisque dans son fonctionnement actuel il laisse sur le carreau jusqu’à 50% de jeunes dans certains quartiers. Seul un projet adapté, cohérent et ambitieux, assemblant tous les acteurs, tant de l’enseignement francophone, que flamand et européen, sous une coordination forte, avec un soutien politique fort, peut redresser rapidement une situation aussi grave. La priorité mise par l’Olivier francophone et les nationalistes flamands sur le niveau intra-communautaire va rendre une telle approche impossible.

La population bruxelloise était en droit d’attendre qu’au moins son gouvernement régional prenne à ce niveau ses responsabilités, obtenant des Communautés des engagements fermes en faveur d’objectifs précis. A part quelques lignes molles qui, dans l’accord de gouvernement bruxellois, prévoient que le gouvernement « demandera aux Communautés de tenir compte des spécificités bruxelloises », le gouvernement Picqué s’en lave les mains.

Pro Bruxsel refuse cette évolution pernicieuse vers un confédéralisme à deux Communautés linguistiques, qui mettent Bruxelles sous tutelle. Tutelle qui ne permettra pas aux Bruxellois de construire un avenir commun, ambitieux, et solidaire.

La Région bruxelloise, ses institutions et ses responsables politiques doivent favoriser le rassemblement de tous les Bruxellois autour d’objectifs communs, plutôt que de les séparer sur une base linguistique.

Il est plus que jamais nécessaire que les Régions maîtrisent les compétences de l’enseignement et de la culture, tout en veillant à maintenir entre elles, à un niveau fédéral, des normes communes permettant la mobilité des travailleurs et les possibilités de synergie dans tous les domaines.

Pour appliquer ce programme-là, nous réclamons des hommes et des femmes politiques responsables, et authentiquement bruxellois et bruxelloises. Nous voulons que les partis bruxellois, représentent tous les Bruxellois au-delà des clivages linguistiques, afin de garantir à Bruxelles son destin de Région à part entière, ambitieux et de qualité, et faire de notre Région un partenaire solide de la Wallonie et de la Flandre.

C’est pourquoi Pro Bruxsel a été créé. Déjà, le 7 juin, plus de 8000 électeurs nous ont fait confiance. Nous allons tout mettre en oeuvre pour poursuivre notre combat pour tous les Bruxellois, et faire grandir Pro Bruxsel, afin de lutter contre la vague communautariste et séparatiste qui se renforce en ce moment.

De Franstalige Olijfboom bekrachtigt het tweeledig federalisme ten koste van Brussel

Het bureau van Pro Bruxsel is bijeengekomen om de verschillende regeerprogramma's die een weerslag op Brussel hebben, onder de loepe te nemen.

Pro Bruxsel stelt allereerst vast dat de voorgestelde regeerprogramma's de voogdij van de Vlaamse en Franse Gemeenschap op Brussel bestendigen en versterken.

Enerzijds - en dit hoeft niet te verbazen - wil de Vlaamse regering een bijkomende financiële steun garanderen voor de 'Vlaamse' bevolking die woont in 'haar' hoofdstad en dit in die domeinen die gewestmateries inhouden, en waarop ze bijgevolg gezag heeft: bijkomende kinderbijslag, steun inzake ziekenzorg, steun aan Vlaamse ambtenaren die in Brussel komen wonen.... De kommentaar daarbij is glashelder: om van dit manna te kunnen genieten zullen Brusselaars alsmaar meer (taal)kleur moeten bekennen.

Anderzijds bekrazchtigd de Franstalige Olijfboom in het regeerakkoord van de Franse Gemeenschap de as « Wallonie-Bruxelles », voorgesteld door de politici binnen de Werkgroep « Wallonie - Bruxelles », waarvan de conclusies, het weze gezegd, opgesteld werden zonder de deelname noch het akkoord van de vertegenwoordigers van de burgermaatschappij. Een bizarre « Federatie » die in Brussel de 'Franstaligen' voorstellen om het solidariteitsprinciepe met de andere Brusselaars te laten varen! Een niet echt democratische 'Federatie', aangezien ze een assymetrisch parlement (75 Walen en 19 Brusselaars) onder haar gezag heeft en waarin de Brusselse volksvertegenwoordigers niet rechtstreeks werden verkozen. Een 'Federatie' waarvan de regering bestaat uit vier ministers van de Waalse regering en één uit de Brusselse regering. Een 'Federatie' die verworpen werd door een ruime meerderheid van Brusselaars en Walen wanneer zij daarover werden ondervraagd, maar waarvan het princiepe nooit ter stemming werd voorgelegd.

Gevolg hiervan is dat cruciale bevoegdheden voor Brussel (onderwijs, jeugd, sport, cultuur, preventie, onthaal van nieuwkomers) onderworpen zullen zijn aan twee politieke Gemeenschappen die elk hun intra-gewestelijke greep zullen willen versterken ten koste van een echte samenhang tussen alle Brusselaars.

Voor de Brusselaars zelf zullen de gevolgen ernstig zijn. Laten we als voorbeeld het onderwijs nemen, dat toch wel HET pijnpunt bij uitstek is met het oog op de toekomst van Brussel, wetende dat in bepaalde buurten tot 50% jongeren uit de boot vallen. Pro Bruxsel stelt dat enkel een aangepast, samenhangend en ambitieus project, dat alle actoren rond de tafel brengt, zowel van het Franstalig als van het Vlaams en het Europees onderwijs en dat gestut wordt door ware politieke wil, dergelijke ernstige situatie snel en blijvend kan verhelpen. De prioriteiten van de Franstalige Olijfboom en van de Vlaamsnationalisten inzake intra-communautaire aanpak maakt dergelijke werkwijze echter onmogenlijk.

De Brusselse bevolking had terecht kunnen verwachten dat haar gewestregering op zijn minst zou optreden en haar verantwoordelijkheden zou nemen, met duidelijke verbintenissen voor welbepaalde doelstellingen vanwege de twee Gemeenschappen. Op enkele zinsnedes na uit de Brusselse regeerverklaring, waarin gesteld wordt dat de regering 'aan de Gemeenschappen zal vragen rekening te houden met de Brusselse specificiteiten' wast de nieuwe Brusselse regering haar handen in onschuld.

Pro Bruxsel weigert deze verderfelijke evolutie naar een confederalisme met twee taalgemeenschappen die Brussel onder bestuurlijke voogdij plaatsen. Een voogdij die de Brusselaars verhindert om aan een gemeenschappellijke, amibitieuse en solidaire toekomst te werken.

Het Brussels Gewest, haar instellingen en haar politici moeten werken aan het samenbrengen van alle Brusselaars met gemeenschappelijke doelstellingen voor ogen, in plaats van een wig te drijven tussen de Brusselaars op basis van de gesproken taal.

Meer dan ooit is het essentieel dat de Gewesten de bevoegheid hebben in materies als onderwijs en cultuur, met daarbij de nodige aandacht voor het behoud, op federaal niveau, van gemeenschappellijke normen die de mobiliteit van werknemers toelaten en synergieën in de hand werken daar waar mogelijk.

Om dat programma tot stand te laten komen verwachten wij dat èchte Brusselse politici zouden opstaan en zich deze problematiek zouden toeëigenen. Wij willen dat de Brusselse politieke partijen alle Brusselaars zouden vertegenwoordigen, wars van de taalsplitsingen, om de toekomst van Brussel als volwaardig Gewest te verzekeren, een toekomst die ambitieus en kwalitatief moet zijn met een Gewest dat een stevige partner wordt voor Vlaanderen en Wallonië.

Dat is ook de reden waarom Pro Bruxsel tot stand kwam. Op 7 juni jongstleden hebben meer dan 8.000 kiezers ons hun vertrouwen geschonken. We gaan nu alles in het werk stellen om de strijd voor Brussel en alle Brusselaars verder te zetten, om Pro Bruxsel te doen groeien en om het communautarisme en het separatisme dat de kop opsteken, te bestrijden.

16/07/2009

Pro Bruxsel se pose des questions sur la constitution du “nouveau” (?) gouvernement bruxellois

La composition du nouveau gouvernement est connue. Pas de grands chambardements comme en Flandre. Cependant, quelques remarques essentielles s’imposent.

Dans la composante néerlandophone, on observe qu’aucun des trois chefs de file des principaux partis démocratiques ne répond à l’appel.

En effet, il est piquant de constater que les partis traditionnels qui juraient vouloir défendre un projet régional fort, exiger un refinancement de la Région bruxelloise, accorder davantage d’attention à l’enseignement, ont subitement tout oublié de leurs beaux discours de campagne.

Le “Club des néerlandophones” a en « stoemelinks », dès le lendemain des élections, bidouillé un accord sans se soucier le moins du monde de ce qui se passait du côté francophone. Le résultat : une coalition avec toutes les couleurs de l’arc en ciel, mais (presque) tout le monde est content de soi.

Par ailleurs, les forces centrifuges, tant au Nord qu’au Sud, mettent en place des stratégies de gouvernement qui ne tiennent aucun compte de la réalité bruxelloise. Alors qu’en Flandre on met à mal la solidarité entre les personnes, en Wallonie, un Olivier veut renforcer l’axe Wallonie-Bruxelles pour créer un « Front francophone » fort face à une Flandre de plus en plus autonomiste. Les Bruxellois ne seront jamais pris en considération.

Pour la Région bruxelloise, trois constats s’imposent (outre le dérapage du MR) :

1. Les Bruxellois en ont marre des problèmes communautaires, ils ont d’autres préoccupations bien plus sérieuses.

2. L’enseignement à Bruxelles est une priorité d’une extrême urgence pour laquelle les partis traditionnels, tous communautarisés, ne proposent rien de concret.

3. Les partis extrémistes ont heureusement sérieusement reculé.

On peut amèrement regretter, et même juger sévèrement, que les négociateurs n’ont tenu aucun compte des conclusions des Etats Généraux de Bruxelles, initiative citoyenne exceptionnelle et un exemple de prise de responsabilité politique de la société civile. On peut même dire que les axes proposés pour le programme de gouvernement sont à l’opposé de ce qu’il faudrait faire, avec ces colorations communautaires renforcées.

Dommage aussi que les aspirations fortes n’ont pas été entendues, celles de plus de 8000 Bruxellois qui ont voté pour le parti régionaliste bilingue Pro Bruxsel.

Pro Bruxsel stelt zich vragen bij de vorming van de nieuwe (?) Brusselse regering

De samenstelling van de nieuwe regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn inmiddels zo goed als bekend.

Geen grote ommezwaai zoals in Vlaanderen, maar toch kunnen er enkele bemerkingen bij gemaakt worden.

Bij de grote Vlaamse democratische partijen in Brussel zijn geen van de drie lijsttrekkers aanwezig op het appel. Ieder heeft wel een goede reden - zeker minister Smet - maar toch...

Het is ook merkwaardig te moeten vaststellen dat de grote partijen de mond vol hadden over een sterk Brussels stads- en gewestelijk project, met een nieuwe financieringsvorm, meer aandacht voor onderwijs en meertaligheid, maar dat die mooie woorden vandaag tot weinig konkreets blijken te leiden.

Naast het feit dat de 'Vlaamse club' in Brussel gauwgauw het op een akkoord gooide zonder ook maar enig oog voor wat er langs Franstalig-Brusselse kant gebeurde, kon men iets later eveneens vaststellen dat het 'Franstalig Brussels kransje' evenmin aandacht besteedde voor wat er plaatsvond aan de 'overkant', waarbij we uiteindelijk eindigen met een ploeg die bestaat uit alle kleuren van de regenboog en die water en vuur moet verzoenen.

Daarnaast kan gewezen worden op de centrifugale krachten die we aantreffen zowel in het Noorden, waar de nieuwe ploeg Peeters II een eigen strategie en doelstellingen heeft die minder aandacht hebben voor de solidariteit en tevens een claim leggen op Brussel, als in het Zuiden, met een Olijfboom in Wallonië die duidelijk de as Wallonië-Brussel wil versterken (zonder enige aandacht voor de eigenheid van de Brusselaars, die helemaal niet gediend zijn met die strategie), om zodoende met een sterker ('Franstalig') blok naar de institutionele onderhandelingen te kunnen trekken.

In het Brussels Gewest konden tenslotte drie grote vaststellingen gemaakt worden (naast de misstap van de MR):

1) de meeste Brusselaars, zowel Nederlandstalig als Franstalig, zijn het communautair gebakkelei kotsbeu, ze kampen met andere problemen;

2) onderwijs is en topprioriteit geworden en de gemeenschapsgebonden traditionele partijen bieden daartoe geen soelaas;

3) de extreemrechtste partijen kunnen het voor bekeken houden.

Jammer dat de aantredende ploeg geen oor had voor de waardevolle initiatieven die door de Staten-Generaal van Brussel - een weldoordacht burgerinitiatief zoals er te weinig zijn - en blijkbaar totaal de tegenovergestelde gemeenschapsgetinte richting opgaat.

Jammer ook dat er geen aandacht werd besteed aan de verzuchtingen van de meer dan 8.000 Brusselaars die stemden voor de tweetalige stadspartij Pro Bruxsel.

09/07/2009

Is taal macht?

reactie van Thierry Vanhecke, ondervoorzitter van Pro Bruxsel, die in Brussel Deze Week is verschenen
réaction de Thierry Vanhecke, vice-président de Pro Bruxsel, parue dans Brussel Deze Week

De gewestverkiezingen zijn nog maar drie weken voorbij, met de bekende resultaten, waaruit bleek dat er steeds meer belangstelling is voor een Brusselse identiteit, of de oude communautaire demonen duiken alweer op.

De Vlaams-nationalist Bernard Daelemans hekelt de Brusselse partijen die voor een stuk zijn ingegaan op de wens van vele Brusselaars naar meer autonomie, meer respect voor Brussel als meervoudige hoofdstad en voor een specifiek Brussels stadsproject.

Dat hoeft niet te verbazen; Daelemans is geen 'gewone Brusselaar', maar een voormalig N-VA'er – de N-VA sleepte in dit Gewest een gekozene uit de brand dankzij een akkoord tussen de Vlaamse democratische partijen.

N-VA Brussel haalde evenwel minder dan de helft stemmen dan de Brusselse stadspartij Pro Bruxsel, goed voor meer dan achtduizend stemmen; met andere woorden: in 'normale' omstandigheden twee zetels... die er niet komen!

Achterhaald discours
Daelemans houdt een achterhaald discours wanneer hij verwijst naar "de ruggensteun van Vlaanderen voor Brussel, die het leven paradijselijk maakt."

Daarmee zitten we terug bij de clichés van tien en meer jaar geleden, waarbij ontvoogding van het Brussels Gewest niet wenselijk werd geacht, waar het Gewest als een aanhangseltje werd beschouwd van en door Vlaanderen én Wallonië, die ervan uitgingen dat ze samen het toezicht op Brussel moesten uitoefenen.

Staten-Generaal
Daelemans denigreert verder het meerjarenwerk van Manifesto en de talrijke organisaties en tientallen academici die de Staten-Generaal van Brussel mogelijk gemaakt hebben, al bij al een unicum in burgerparticipatie.

Wanneer we lezen dat N-VA geen oor heeft voor de verzuchtingen van de Brusselaars die tot uiting kwamen tijdens deze Staten-Generaal, en dat anderzijds het uitgesproken Fransminnende Arau eveneens heel kritisch doet over dezelfde Staten-Generaal, mogen we dan niet veronderstellen dat de gulden middenweg ergens tussen beide posities in ligt?

Blijkbaar heeft de auteur van het stuk een heel beperkte kennis van de verschillende mechanismen die tijdens de Staten-Generaal aan bod kwamen om Brussel te herfinancieren (voornamelijk via de inning van de personenbelasting op de plaats waar gewerkt wordt) en zodoende niet langer met de bedelstok te hoeven rondgaan. Want geef toe, een gewest dat twintig procent van de rijkdom van België produceert, heeft recht op meer dan een aalmoes.

Multi-hoofdstad
"Taal is macht," schrijft Daelemans, en dat is voor een stuk waar. Meertaligheid hoeft niet noodzakelijk meer macht te betekenen, maar het zal wel mee zorgen voor een leefbare multi-hoofdstad voor de toekomst.

"Kennis is macht" is nog zo’n slagzin die voor een stuk hout snijdt. En inderdaad, door betere opleidingen zullen de Brusselaars beter gewapend zijn in de kennismaatschappij van morgen, en daar moeten we nu hard aan werken, zelfs binnen het kader van een steeds verder krimpende begroting.

Geen cumul
Uiteraard moet binnen Brussel een nieuwe afbakening komen van welke taken het best op gewestelijk, en welke het best op gemeentelijk niveau gebeuren. Daarom zou het ook wenselijk zijn dat burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters niet meer in het Brussels parlement zetelen.

Verder: Brusselaars kijken niet neer op pendelaars. Die vervullen nu eenmaal hun opdracht, die voornamelijk van professionele en/of economische aard is. Zij maken wel gebruik van heel de stadsinfrastructuur, zij het qua transport en mobiliteit, culturele activiteiten en andere faciliteiten die nergens elders gevonden kunnen worden.

Daarom moet ook onderzocht worden op welke manier Brussel verder kan reiken dan de huidige negentien gemeenten, een beetje naar het voorbeeld van Montréal. Want alle nieuwe projecten (kantoren, EU-uitbreiding op de Heizelvlakte, grote winkelcentra,...) kunnen toch niet allemaal ondergebracht worden op de 160 vierkante kilometer van het Gewest?

Hoofdstad Antwerpen
Waarom zou er ten slotte niet eens grondig onderzocht worden in welke mate Antwerpen niet als hoofdstad van Vlaanderen zou kunnen fungeren, zoals Namen dat voor Wallonië doet?

En om de lat overal gelijk te leggen, zou de Franse Gemeenschap misschien ook beter naar Namen verhuizen? Dan zal er misschien een nieuw stedelijk en gewestelijk gebied ontstaan waar zowel de bewoners als de pendelaars die er komen werken, zich goed voelen en niet om de haverklap chagrijnig doen.